Leave No Trace – De 7 principes
RevolutionRace
1min
Bijgewerkt: 7 september 2026
Gepubliceerd op 31 mei 2022
Natuur is er voor iedereen, en iedereen heeft evenveel recht om ervan te genieten. Om wilde dieren beter te beschermen en de impact van mensen op de natuur te verkleinen, bedacht de Amerikaanse organisatie Leave No Trace 7 principes. Deze principes helpen wandelaars en andere natuurliefhebbers om verantwoorder van de natuur te genieten. Wij geloven dat deze richtlijnen nuttig zijn voor iedereen die tijd in de natuur doorbrengt, waar ter wereld je ook bent.
Principe 1: Plan en bereid je voor
Waarom is een goede voorbereiding zo belangrijk bij de principes van Leave No Trace? Een gedegen planning en voorbereiding beschermen niet alleen de natuur, maar ook je eigen spullen, tegen onnodige schade. Bovendien zorgen ze ervoor dat je je tocht veilig, zelfverzekerd en met zo min mogelijk stress kunt afronden.
Let op deze punten bij het plannen en voorbereiden van je tocht:
Bepaal eerst wie er meegaat en houd rekening met ieders vaardigheden, conditie en fysieke mogelijkheden. Vraag jezelf af: voldoet de grootte van mijn groep aan de regels van het gebied? Zorg dat geplande activiteiten onderweg passen bij het kunnen en de doelen van je groep.
Wat zijn de doelen van de tocht, voor jou en iedereen die meegaat? Is het puur voor de lol? Wil je een bepaalde afstand afleggen, of een bepaald aantal stappen halen? Stel samen een duidelijk doel vast.
Plan zo nauwkeurig mogelijk hoeveel eten je nodig hebt, zodat je zo min mogelijk etensresten overhoudt - want ook dat laat een spoor achter. Overweeg eenpansgerechten en lichte snacks mee te nemen. Een eenpansgerecht vraagt minimaal keukengerei, kost minder kooktijd en maakt een kampvuur overbodig.
Haal eten uit de originele verpakking en doe het in herbruikbare Ziploc-zakjes. Volgens de principes van Leave No Trace geldt: alles wat je meeneemt, neem je ook weer mee terug!
Kies de juiste uitrusting en kleding voor je tocht. Denk aan comfort, veiligheid en het weer.
Verdiep je van tevoren in het gebied. Lees boeken, zoek online, bekijk kaarten, of neem contact op met de terreinbeheerder voor meer informatie. Let vooral op wisselend terrein, regels en beperkingen, en de grenzen van het gebied.
Evalueer na afloop je tocht en noteer wat je de volgende keer beter kunt doen!
Principe 2: Reis en kampeer op duurzame ondergronden
Het doel van Leave No Trace is om de natuur te doorkruisen zonder schade aan land of water te veroorzaken. Schade aan de natuur ontstaat wanneer planten of organismen zo vaak worden vertrapt dat ze niet meer herstellen. Het resultaat is bodemerosie en het ontstaan van ongewenste paadjes. Blijf daarom zoveel mogelijk op bestaande paden en routes. Moet je toch een keer van het pad af? Loop dan over rotsen of andere harde ondergronden, en verspreid je als groep, zodat niet iedereen in dezelfde voetstappen loopt.
Elke ondergrond reageert anders op wandelaars en heeft een andere mate van duurzaamheid. Rots, grind en zand zijn extreem duurzaam: ze kunnen goed tegen herhaaldelijk belopen en schuren. Let op: korstmossen (een soort plantachtig organisme) groeien soms op rotsen en zijn kwetsbaar als ze herhaaldelijk worden vertrapt. IJs en sneeuw liggen er maar tijdelijk, en zijn over het algemeen een goede ondergrond om op te lopen. Draag wel het juiste schoeisel, volg de veiligheidsvoorschriften en controleer of de sneeuwlaag dik genoeg is om de ondergrond eronder te beschermen. Vegetatie kun je het beste vermijden, want hoe duurzaam die is verschilt sterk. Zoek naar kale plekken met droog gras, of stap om de begroeiing heen.
Kampeeretiquette
Zet je kamp op een duurzame ondergrond op, zodat je zo min mogelijk impact hebt op je omgeving. Let op deze belangrijke punten bij het kiezen van de juiste kampeerplek, zodat je de omgeving beschermt:
Kampeer minimaal 60 meter van oevers, zodat wilde dieren toegang houden tot een natuurlijke waterbron.
Kies bij voorkeur een plek die al veel wordt gebruikt, zodat jouw bezoek nauwelijks een merkbaar verschil maakt. Zoek naar plekken waar al weinig begroeiing is.
Vermijd het steeds opnieuw lopen over dezelfde route, zodat een pad niet vaker dan nodig wordt platgetrapt. Neem waterzakken mee om het aantal tochtjes naar een waterbron te beperken. Rond het kamp draag je het best zachte schoenen.
Denk er bij het verlaten van je kamp aan om de plek weer zo natuurlijk mogelijk te maken. Bedek platgelopen plekken, veeg voetafdrukken weg en hark platgedrukt gras weer wat op, zodat de plek kan herstellen.
Verwijder of maak nooit organisch materiaal schoon, zoals bladeren, korstmos, grind en stenen - eenmaal verstoord is dit lastig terug te leggen en kan het schade veroorzaken.
Principe 3: Verwerk afval op de juiste manier
Denk goed na over het afval dat je achterlaat - voor het milieu, de dieren en anderen op het pad. Hieronder lees je welke soorten afval er zijn en hoe je ze volgens de principes van Leave No Trace op de juiste manier verwerkt:
Menselijk afval
Op veel plekken voorkom je vervuiling van water het beste door je ontlasting op de juiste manier te begraven. Begraven beperkt ook de verspreiding van ziektes en versnelt de afbraak. Op sommige plekken, zoals smalle valleien, moet je vaste ontlasting juist meenemen. Check bij de terreinbeheerder van het gebied welke regels daar gelden.
De meest gebruikte en geaccepteerde manier om je ontlasting te verwerken, is door een 'cat hole' te graven. Kies bij voorkeur een zonnige plek die iets hoger ligt. Graaf je cat hole minstens 60 meter van water, paden of een kampeerplek, en zorg dat het gat ongeveer 15-20 cm diep en 10-15 cm breed is. Vul het gat na gebruik met aarde en dek het af met natuurlijk materiaal.
Neem gebruikt maandverband en tampons altijd mee terug. Verbrand of begraaf ze niet. In sommige situaties is een latrine handiger, bijvoorbeeld als je langere tijd op één plek verblijft. Gebruik dezelfde criteria als bij een cat hole om de beste locatie voor je latrine te kiezen.
Gebruik wc-papier spaarzaam en vermijd geparfumeerde varianten. Verbrand geen wc-papier, zeker niet in droge gebieden. Het beste is om je wc-papier te begraven in een cat hole, of mee te nemen. Sommige wandelaars gebruiken natuurlijk wc-papier, zoals bladeren of sneeuw, maar dat is niet voor iedereen weggelegd!
Plas het liefst op rotsen, dennennaalden of grind, want dit trekt minder wilde dieren aan, die anders planten kunnen verstoren en de bodem kunnen omwoelen. Verdun je urine met wat water uit je fles om de geur verder te beperken.
Afvalwater
Al het afvalwater - vooral water met zeep of lotion - kan de waterkwaliteit in de omgeving beïnvloeden. Gebruik zeep en lotion daarom zo spaarzaam mogelijk. Blijf bij het wassen van jezelf of je spullen minstens 60 meter van oevers vandaan, en gebruik een kan of pan water om af te spoelen. Warm water en een beetje boenwerk doen wonderen! Gebruik uitsluitend ongeparfumeerde en biologisch afbreekbare zeep. De grond tussen jou en de oever filtert het gebruikte water - zorg er wel voor dat je het vuile water eerst ver van je kamp weggiet. Handgel is een handig alternatief om je handen te desinfecteren zonder afvalwater te hoeven lozen.
Overig afval
Wat je meeneemt, neem je ook weer mee terug! Voor wilde dieren is het cruciaal dat je keukenafval en etensresten weer meeneemt. Vergeten of achtergelaten afval maakt de omgeving niet alleen minder mooi, het kan zelfs dodelijk zijn. Neem zakken mee om je afval in te verzamelen. Kom je afval van iemand anders tegen? Neem dat dan ook mee - zo blijf je trouw aan Leave No Trace.
)
Principe 4: Laat achter wat je vindt
Geef anderen de kans om de natuur te ervaren zoals die bedoeld is, door interessante dingen zoals stenen, planten of voorwerpen precies zo te laten liggen als je ze vond. Bouw geen tafels, stoelen, hangmatten of afdakjes. Graaf geen greppels. Heb je toch een plek vrijgemaakt? Leg alles terug voordat je vertrekt, zodat je zo min mogelijk sporen van menselijke aanwezigheid achterlaat. Goed om te weten: in veel beschermde gebieden is het zelfs verboden om natuurlijke voorwerpen mee te nemen.
Principe 5: Beperk de impact van kampvuren
Leer eerst hoe je op de juiste manier een kampvuur maakt. Stel jezelf daarna deze vijf vragen, vóórdat je een vuur maakt:
Hoe groot is het brandgevaar op dit moment van het jaar, op de plek die ik heb gekozen?
Gelden er beperkingen vanuit het beheer van het gebied?
Is er genoeg brandhout op de grond te vinden, zoals gevallen takken of twijgen?
Hebben de mensen in mijn groep de vaardigheden om een vuur te maken volgens de Leave No Trace-principes?
Kan het terrein het hout op tijd weer aanvullen? Of vergroot ik juist de vraag naar brandhout?
Kampeer het liefst op plekken waar genoeg hout ligt. Is er zichtbaar weinig hout beschikbaar? Trek dan verder en zoek een andere plek. Zie liever af van een vuur op hoger gelegen plekken, in woestijnachtige klimaten, of op plekken die veel worden gebruikt.
Bestaande vuurplekken
Is er op een druk bezochte kampeerplek al een vuurplek? Gebruik die dan om je vuur te maken. Houd het vuur klein en laat het alleen branden wanneer je het echt gebruikt. Laat het hout volledig opbranden. Blus je vuur met water, niet met aarde - aarde dooft de vlammen vaak niet volledig, waardoor er alsnog schadelijke rook kan vrijkomen. Maak geen vuur vlak naast rotsformaties, want dit kan blijvende schade aan het landschap veroorzaken.
Principe 6: Respecteer wilde dieren
Bekijk wilde dieren altijd rustig, op afstand en, waar mogelijk, in een kleinere groep. Het doel is om dieren niet te laten schrikken en ze niet te dwingen hun natuurlijke leefgebied te verlaten. Snelle bewegingen en harde geluiden kunnen dit al veroorzaken. Achtervolg dieren niet, voer ze niet, raak ze niet aan, til ze niet op en ga niet actief op ze af. Bij wisselende temperaturen maken verstoring en stress het voor dieren nog lastiger om met de omstandigheden om te gaan. De uitzondering is berengebied: hier is het juist goed om wat geluid te maken, zodat beren merken dat je in de buurt bent. Zo voorkom je dat je ze verrast en jezelf in gevaar brengt.
Ook je eigen gezondheid is belangrijk, want een dier kan een ziekte als hondsdolheid bij zich dragen. Kom je een ziek of gewond dier tegen? Probeer het dan niet zelf te helpen, maar neem direct contact op met de boswachter.
Als een mens jonge dieren aanraakt of uit hun leefgebied haalt, kunnen de ouders ze in de steek laten. Zet je kamp minstens 60 meter van waterbronnen op, zodat dieren de ruimte hebben om zich daar veilig te voelen.
In woestijngebieden kun je 's nachts beter uit de buurt van waterplekken blijven, want de dieren die daar leven zijn juist in het donker het meest actief. Omdat er in dit klimaat zo weinig water is, is het extra belangrijk om je impact op deze dieren en hun schaarse water te beperken.
Was jezelf en verwerk je afval altijd zorgvuldig, zodat je de omgeving niet vervuilt en dieren in het water of op het land er geen last van hebben. Zwemmen kan meestal prima, maar vermijd het bij de schaarse waterbronnen in woestijnen en andere droge gebieden, zodat dieren er zelf gebruik van kunnen blijven maken.
Je bent te gast in hun leefgebied, dus gedraag je ernaar. Kijk op afstand, geef dieren de ruimte, en bewaar je eten en afval veilig en uit de buurt van dieren.
Principe 7: Houd rekening met anderen op het pad
Iedereen moet kunnen genieten van een avontuur in de natuur. Daarom draait het laatste principe om beleefd en attent te zijn tegenover andere gebruikers van het pad. Dingen zoals harde geluiden, loslopende huisdieren, afval en schade aan de omgeving kunnen het plezier van anderen behoorlijk verstoren.
Algemene etiquette
Reis het liefst in kleinere groepen en op rustige momenten - vermijd feestdagen en drukke weekenden als dat kan. Ga voor een pauze even van het pad af, zodat je anderen niet in de weg staat.
Geluidsoverlast
Laat je externe speaker thuis. Loop je liever met koptelefoon? Zet het volume dan niet te hard, zodat je nog goed hoort wat er om je heen gebeurt.
Voorrang
Als je weet wanneer en voor wie je moet uitwijken, verloopt de tocht voor iedereen soepeler. Over het algemeen geldt: wandelaars die naar beneden lopen, wijken uit voor wandelaars die omhoog lopen. Loop jij omhoog? Dan wijken anderen voor jou. Is er een paard op het pad? Dan wijken wandelaars altijd uit voor paarden - zij kunnen namelijk snel schrikken. Stap opzij en geef ruim baan wanneer er een paard passeert. Moet je iets tegen de ruiter zeggen? Doe dat dan rustig en zachtjes. Fietsers wijken zowel uit voor wandelaars als voor paarden. Kondig altijd aan dat je er bent voordat je iemand inhaalt, en haal dan voorzichtig in.
Huisdieren
Check van tevoren of er op jouw route beperkingen gelden voor huisdieren, met name honden. Houd je huisdier altijd onder controle: komt hij niet goed terug als je hem roept? Houd hem dan aangelijnd. En ruim altijd zijn uitwerpselen op.
)
)
)
)
)